Pas verschenen

€ 34,50
Voorgoed voorbij bestaat niet

In 1994 maakte de jonge schilder Paul van Dongen kennis met de toen 90-jarige tekenaar en portretschilder Sierk Schröder. Na een bezoek aan zijn huis in Wassenaar schreef hij: ’Vrijheid zonder fundament leidt tot oppervlakkigheid. Het fundament dat uw werk heeft zit in een voortdurend studeren, hernemen, tekenen, opnieuw tekenen en weer observeren. Ik heb vele leermeesters gehad maar als er een kunstenaar is van wie ik graag leerling zou zijn geweest dan zou u dat zijn.’ In de jaren die volgden groeide een intensief contact dat zich vooral in brieven zou uiten. In de vroegste brieven was Van Dongen op zoek naar praktische kennis op het gebied van tekenen en schilderen naar levend model en naar steun voor zijn manier van werken die tegen de tijdgeest in leek te gaan. Spoedig ging dit spel van vragen en doceren over in het uitwisselen van ervaringen als portretschilders, attendeerden zij elkaar op voorbeelden in de kunstgeschiedenis en bespraken zij hun verwondering over de kunst van dat moment. Dit boek bevat de volledige briefwisseling tussen twee geestverwanten, rijk geïllustreerd met beeldmateriaal dat zij elkaar toezonden zoals tekeningen, knipsels en uitnodigingen. Rob Smolders heeft de briefwisseling bezorgd in het besef van de actuele waarde ervan. Het belang van het tekenen en observeren naar de werkelijkheid wordt nu weer benadrukt door musea en pedagogen. Tegelijkertijd is er discussie over de eenzijdigheid van wat we onder hedendaagse kunst verstaan en het verzamelen van de musea. In vier essays gaat Smolders in op de relatie tussen de kunstenaars Schröder en Van Dongen, het collectiebeleid van de musea, de vraag wat moderne kunst inhoudt, en het tekenen als de basis van het kunstenaarschap. Daardoor is dit boek een gids voor iedereen die tekent, en voor wie met belangstelling naar moderne kunst kijkt en zich afvraagt of de vaardigheid van vroegere generaties de tijd zal overleven. Zij kunnen zich gesteund voelen door de bemoediging van Sierk Schröder: ‘Bach’s muziek was indertijd voorgoed voorbij en zo verging het veel andere kunstuitingen. Maar ‘kwaliteit’ of het nu figuratief, abstract of wat ook is, gaat nooit ‘voorgoed’ voorbij. Daarvan ben ik vast overtuigd.’ Rob Smolders

€ 29,95
Arthur Briët

Arthur Briët (Madioen, Ned. Indië 1867-1939 Nunspeet) werd door zijn vriend, de kunstenaar Willem Witsen, ‘een curieuze jongen’ genoemd. Met een grote eigenzinnigheid volgde hij zijn eigen artistieke weg zonder zich te willen binden aan één bepaalde richting. Op de middelbare school hield hij zich al bezig met originele, geestige tekenprojecten. Na de Academie in Antwerpen verbleef hij een paar jaar in het centrum van de kunstwereld: Parijs. Briët vestigde zich in het kunstenaarsdorp Nunspeet, waar hij de authentieke leefwereld van de armoedige bewoners uitbeeldde. De sterke licht-donker contrasten die hij in dit binnenhuisgenre gebruikte, leverde hem de bijnaam ‘Rembrandt van de Veluwe’ op. Naast deze verstilde tafereeltjes schilderde hij schitterende portretten, raak getypeerde figuren en landschappen met uitgebalanceerde composities. Al vroeg was hij buitengewoon succesvol. Hij exposeerde van Engeland tot Sint Petersburg en van Amsterdam tot Rome. Amerika was dol op zijn werk. In deze eerste publicatie over Arthur leven en werk van Arthur Briët is een interessante selectie van zijn tekeningen en schilderijen opgenomen. Recensies, getuigenissen en brieven werpen een nieuw licht op het karakter en de werkwijze van de kunstenaar wiens adagium was: ‘Geef enkel jezelf in je werk’.

€ 19,95
Ingrid Simons - Dämmerung

Fictieve landschappen schildert Ingrid Simons (Eindhoven, 1976). Volgens kunsthistoricus Rick Vercauteren zijn deze landschappen nu eens ruig en materieel, dan weer ingetogen en spiritueel, maar fungeren ze steeds als ‘vehikel voor sterk sferische associaties met fenomenen als aarde, licht, kosmos, lucht en soms ook water’. Hoewel landschapselementen als bosschages en stromen, paden en luchten vaak wel min of meer herkenbaar zijn, is het werk sterk abstract. In vormentaal en in kleurgebruik. Het overvloedige materiaalgebruik - dik en pasteus, dan wel subtiel en waterig - draagt bij aan het soms vervreemdende karakter. Zelf spreekt Simons liever over ‘op zichzelf staande expressieve ruimten, die alleen bestaan door de fysieke daad van het schilderen’ dan over landschappen. Zij wil het landschap ontmantelen en een nieuwe, ruwe en fysieke realiteit creëren van haar persoonlijke ervaring. Schilderen is voor haar ‘een zoektocht om een middenweg te vinden tussen het beeldhouwen met de verf en het oplossen van verflagen, tussen het opbouwen en afbreken van opkomende structuren en patronen uit die ontbinding.’ Volgens de Haagse kunst- en cultuurblogger Bertus Pieters refereert het werk in verfbehandeling en onderwerpkeuze aan het neo-expressionisme van eind vorige eeuw. Simons zelf ziet het als haar persoonlijke bijdrage aan de historische traditie van het landschapsschilderen. Kees Verbeek

€ 29,95
Klaas Gubbels-Tafels, Tables, Tische, Tavoli

De naam Klaas Gubbels is synoniem aan de Koffiepot, maar ooit was dit anders. Voor 1990 was dit de Tafel. Thom Mercuur kwam in 1992 in de catalogus ‘Koffiepot – Klaas Gubbels’ tot de conclusie dat de Koffiepot de ‘centrale plaats’ heeft overgenomen. Maar de tafel is nooit ver weg. Als een geduldig toneelattribuut blijft ze soms tussen de coulissen en dan weer claimde ze even die centrale plaats op het toneel, zoals in de tentoonstelling met gelijknamige catalogus ‘Les Tables Sauvage’, de wilde tafels, bij Livingstone gallery in 2007. Naar aanleiding van de vijfentachtigste verjaardag van Klaas Gubbels kijken we terug op de rol van de Tafel in zijn oeuvre en maken we een kunsthistorische tour langs prominenten uit de Nederlandsche kunstgeschiedenis op zoek naar het ‘waarom’ van de tafel. De wereldberoemde Nederlandse meubelontwerper Kho Liang Ie vraagt al in 1969, in het zeer gerenommeerde Italiaanse architectuurblad DOMUS in het artikel ‘Klaas Gubbels, Tavoli, Tavoli, Tavoli, Tavoli, Tavoli,’: ‘Waarom Tafels?’ Zijn conclusie: ‘De tafel is het middelpunt in het leven van Klaas. Als we ons realiseren hoe vaak we ons rond de tafel scharen, om te eten, te drinken, te lezen of wat dan ook, dan begrijpen wij waarom.” Als Klaas in 1989 met Mark Brusse bij hun dubbeltentoonstelling in Museum Arnhem een gezamenlijk buitenbeeld voor de tuin maakt (een grote tafel met een balk eronder), vraagt Mark zich af: ‘Ik heb wel eens gedacht: waarom nou tafels? Waarom geen ander meubilair? Een stoel ontvangt. Een kast bergt op. Maar een tafel gééft. Een kan trouwens ook.’ In het voorwoord van dit boek concludeert oud-directeur Stedelijk Museum Amsterdam Rudi Fuchs, dat de tafels van Klaas ons anders hebben leren kijken: ‘De schilder schildert, wij kijken, en samen vinden we in schilderijen wat we te zien krijgen. Verrassingen zijn dat’. Ook de legendarische museumdirecteur Pierre Janssen gaat in 2004 in op het tafel-motief?’. ‘Dertig jaar geleden zei hij tegen me in een interview: ‘ik heb snel mijn sterkste vorm gevonden. En ik zie dus de tafel niet meer als een tafel. Voor mij zijn het gewoon levende wezens.’ In 2012 houdt Cherry Duyns een voordracht bij de opening van de tentoonstelling ‘Klaas Gubbels terug in Rotterdam’ in het Chabot Museum. Hij memoreert aan een gesprek met Klaas over het bombardement op Rotterdam in 1940. ‘Het leek wel of de hele stad in brand stond. Rood, vlammen. Maar ik was niet bang. In een van de huizen waar we langsliepen kon je naar binnen kijken, die hele voorkant was weggeslagen. Je keek zo in een kamer. Een kamer met en tafel en op die tafel zat een man die in brand stond. Die man op die tafel brandde. Ik dacht, een kleermaker ofzo, want een kleermaker zat vroeger altijd op tafel.’ ’Zou dat de aangrijpende oorsprong zijn van de tafel in het werk van Klaas Gubbels?’ vraagt Duyns zich af. Die eindeloze reeks, met titels als Op tafel, Getekende tafelzitter, Hele tafelzitster, Tafel in de mist, Koningstafel, Vijfpoottafelzitter, Grote tafel, Eerste tafel. Klaas zegt: ‘Wie weet .. jij zegt het. Het is wel een beeld dat altijd in me is geweest.” Jeroen Dijkstra Livingstone gallery

€ 22,50
Moon!

Is Maan een meisje, een hemellichaam, een dwaallicht, een geestverruimend middel? Of alles tegelijk? We zullen het nooit zeker weten want Maan! is een verhaal in beelden waarin geen vragen worden gesteld of beantwoord. Barend van Hoek tekent de lotgevallen van een meisje dat een zoektocht onderneemt naar, ja wat eigenlijk? Het geluk? We zien haar in duistere, meestal nachtelijke situaties, peinzend onder de volle maan, zittend op griezelige hoogten, lopend, rijdend in een auto, dwalend door kelders en krochten om soms beschutting en iets te eten te vinden in een eenzame caravan in een bos. Tenslotte wordt ook de eenzaamheid doorbroken wanneer ze een gelijkgestemde persoon treft. Tijd voor deel twee dat zich ook bij daglicht afspeelt, dat veel helderder van kleur is en waar de hoofdpersoon belandt bij een bebaarde druïde of kluizenaar die zich met zijn onafscheidelijke gitaar ophoudt aan de onherbergzame rafelranden van de samenleving. Een wijze of een dwaas, outcast of profeet? Zij (het meisje) en hij (de kluizenaar) kunnen model staan voor mens en god, jeugd en ouderdom, the Beauty and the Beast, zoeken en vinden, het eenzame pad en de symbiose. Het is dan ook geen toeval dat het werk van grote illustratoren en tekenaars uit het verleden erin doorklinkt, van William Blake tot Frans Masereel, Philip Guston en Robert Crumb. De kleine schilderingen van Van Hoek schitteren in de details zoals de lichteffecten van maan, straatverlichting en de koplampen van auto’s, waaraan hij nog lichtgevende ogen, gitaren, graafmachines en tal van andere, leuke en raak getekende details toevoegt. Een beeldverhaal dat nooit verveelt en geen twee keer hetzelfde verloopt.

€ 29,50
Francien Krieg - Precious bodies

Ouder worden is niet altijd feestelijk. Hoe vitaal we ook mogen zijn van lichaam en geest, ons spiegelbeeld vertelt over vergankelijkheid: de pronte borsten, strakke buik en billen zijn verleden tijd. Francien Krieg (1973) doet al een jaar of tien schilderkunstig onderzoek naar het oudere vrouwenlichaam. Dit is uniek in de kunstwereld. Het vrouwelijk naakt wordt doorgaans vooral hyperesthetisch of erotiserend weergegeven en er is geen plaats voor rimpels, slijtplekken en vormverlies. In haar jeugd werd Krieg indringend deelgenoot van haar vaders obsessie met de dood. Later werd die fascinatie ook de hare, blijkt uit haar tekstbijdrage aan dit boek: ‘Het tastbare en niet tastbare van het lichaam, het vertrouwde en de afstand die ik voel tot mijn lijf.’ Op de kunstacademie was zij geïnteresseerd in het menselijk lichaam en creëerde ze sculpturale installaties uit vlees, met huid als kleding. Ze verzamelde dode dieren, skeletten van vogels. De plotselinge dood van een goede vriendin versterkte het wantrouwen jegens haar lichaam. Acceptatie van haar vergankelijkheid werd een zoektocht in haar kunst en kreeg uiteindelijk vorm in het schilderen van oudere vrouwen. Naakt. Sommige vrouwen die ze uitnodigt reageren direct enthousiast, maar de meesten moeten enige aarzeling overwinnen. Enkele modellen getuigen in dit boek van het proces dat ze doormaken. Van twijfel naar triomfantelijk poseren: we mogen er zijn, met dat ouwe lijf van ons. Eenzelfde ambivalentie ontstaat bij mensen die met dit werk in aanraking komen, zo blijkt uit reacties die verspreid over het boek te vinden zijn. Kunsthistoricus Greet Schuit-Hamming benadrukt in haar bijdrage het bijzondere van Francien Kriegs niets verhullende benadering: ‘Het weergeven van de realiteit van de ouderdom geeft haar werk een unieke kracht. Het is een vorm van rebellie die ontregelt en ontroert.’ Kees Verbeek