Onze titels

€ 44,50
De juffer, de freule en de vrouwelijke vrouw

Eind 2017 draagt het Teylers in Haarlem een groot aantal tekeningen en aquarellen van de Engelse Blanche Annie Douglas-Hamilton (1852-1927) over aan het Noord-Veluws Museum in Nunspeet. Hamilton woonde en werkte immers lange tijd in het nabije Elspeet. De overdracht vormt de aanleiding voor uitvoerig onderzoek naar ‘de juffer’, zoals ze destijds in het Veluwedorp genoemd werd. Daardoor konden interessante en kleurrijke details worden toegevoegd aan de weinige kennis die we over haar hadden. In Hamiltons leven duiken steeds twee vriendinnen op, ook actief in deze hoek van de Veluwe: schilder en naaldkunstenaar freule Ima van Eysinga (1872-1958) en bloemenschilder Chrisje van der Willigen (1850-1931). De laatste woont ook lange tijd in dat andere kunstenaarsdorp, in Laren. Ook over hen zijn opmerkelijke gegevens opgediept. De juffer, de freule en de vrije vrouwelijke vrouw is rijk geïllustreerd en bundelt veel biografische wetenswaardigheden over drie opmerkelijke vrouwen. Het bevat geen kunsthistorische beschouwing, maar door krantenartikelen uit hun eigen tijd weten we wel hoe recensenten over hen dachten. Divers, dat spreekt. Kees Verbeek

€ 29,50
Atelier Warffemius - Sculpturen

De schilderijen zijn ijl en teder, de sculpturen krachtig en stoer. Transparant en concreet. Intiem en monumentaal. De tegenstellingen zijn groot in het oeuvre van Piet Warffemius (Den Haag, 1956). Toch liggen schilderijen en sculpturen dichter bij elkaar dan op het eerste gezicht lijkt. De schilderijen beginnen bij observaties in de tuin, een park, altijd buiten in de natuur. Wat hem interesseert is het kleine. Dat enkele takje, met een blaadje, een knop, een vruchtbeginsel. Warffemius: ‘Ik kijk hoe de ene vorm op de andere staat. Hoe een kleur verloopt in verschillende tinten groen. Ik zie heel elementaire, fascinerende groeiprincipes.’ Tijdens het schilderen in het atelier groeit soms langzaam de gedachte dat hier ook weleens een sculptuur uit voort zou kunnen komen: ‘Ik ben daar niet op uit, maar het doet zich voor. Het is een bijvangst, maar ik ben er erg gelukkig mee, natuurlijk. Het is ook pas veel later ontstaan, terwijl tegenwoordig bijna iedereen mij vooral als beeldhouwer ziet.’ In deze nieuwe, rijk geïllustreerde uitgave praat Warffemius zelf uitgebreid met publicist Kees Verbeek over zijn werk, zijn fascinatie voor natuur en de invloed van zijn collectie etnografica. Tevens zien we hem aan het werk en het werk in uitvoering.

€ 24,50
Sebastiaan Spit - Schilder van het Noordzeelicht

Wolken bevinden zich in de atmosfeer op verschillende hoogten. Zij presenteren zich in uiteenlopende vormen. En altijd verleiden zij mensen tot associaties. Tot speelse gedachten waarmee de denker zich – ongeacht de duiding - aangenaam kan vermaken. Mensen kijken graag naar de altijd fluwelen, zacht uitlopende formaties en vinden die mooi. Al in de oudheid werd lucht beschouwd als een van de vier basiselementen van al het leven. Wolken zijn een meteorologisch fenomeen. Wolken zijn zeer fijne druppels water of ijskristallen die zich in de atmosfeer opeenhopen. De afzonderlijke elementen van een wolk, de kleine, kleurloze druppels, zien we niet. Maar we zien wel het beeld dat zij samen vormen. Dat komt door de deeltjes die het licht verstrooien en zichtbaar maken. Als de deeltjes het licht volledig weerkaatsen, bereiken ons alle spectrale kleuren en zien wij witte wolken. Verduisteren de wolken het zonlicht, dan lijken zij zwart-grijs. Weerkaatsen zij echter het licht dat door de moleculen in de omringende lucht wordt gebroken, dan domineert meestal het blauwe licht van de korte golf, vooral wanneer dit door wateroppervlakken extra wordt gereflecteerd. Als het zonlicht kort voor zonsopgang en zonsondergang een lange weg door de atmosfeer aflegt, verschijnt steeds nadrukkelijker het rode licht van de lange golf. Wij nemen dat waar als het morgenrood en het avondrood. De wolken weerspiegelen dit licht en het lijkt alsof zij de kleuren overnemen. Sebastiaan Spit schildert deze wolken: wit, blauw, grijs en roodachtig. Maar hij vindt zijn wolken niet in de natuur. In tegenstelling tot Georgia O’Keeffe of Walther Spatz laat hij zich voor zijn beeldend werk niet inspireren door natuurstudies, maar ontwikkelt hij de kleurige landschappen in zijn atelier. Spit heeft deze motieven al eens gecombineerd met motieven die hij vooral uit de Nederlandse kunstgeschiedenis kent, om zo de traditie van de lage horizon in herinnering te roepen. Een traditie die ruimte geeft aan de vorm waarin de lucht zich aan ons openbaart. Aan zijn werkstukken voegt hij digitale informatie toe over het moment van de dag en zo legt hij het tijdloze motief vast dat hij daarmee ook archiveert. Hij voegt rode tinten toe om contrasten te creëren, maar geeft daarbij ook ruimte aan stemmingen en sferen.

€ 17,50
Herman Kuypers - Spelenderwijs de diepte in

Al sinds zijn studietijd aan de Academie voor Beeldende Vorming in Tilburg (1984-1990) tekent en aquarelleert Herman Kuypers (Velden, 1965) stoelen. Althans stoelachtige objecten, want hoewel we de stoel in zijn meest klassieke vorm wel degelijk herkennen, zouden de meeste van zijn objecten in werkelijkheid als zitmeubel absoluut onbruikbaar zijn. Of zoals hij zelf zegt: ‘Sommige stoelen zijn misschien niet zo nuttig. Het gaat eigenlijk meer om de manier van denken.’ Geen ander meubel dient ons meer dan de stoel, aldus Kuypers. Het is het meubelstuk waarmee wij mensen het meest verbonden zijn: door rug- en armleuning en zitting. Zij hebben poten, wij benen. Door zijn manier van werken voegt hij niet zelden menselijke trekjes toe. Vaak worden het personages, die kunnen vergaderen, ruziën en in optochten lopen. Ook blijken er flink wat cartooneske mogelijkheden in te zitten. Zo heeft hij de stoelachtige in de loop der jaren al heel wat geheimen ontfutseld en er ook tal van nieuwe verhalen aan toegevoegd. Door de menselijke trekjes, beschouwt hij zijn oeuvre inmiddels als een hechte familie. Zijn familie. In dit boek is Herman Kuypers over zijn werk uitvoerig in gesprek met journalist Kees Verbeek. Onder meer over de vraag die hij steevast krijgt als hij een inleiding geeft bij een expositie: ‘U doet dit nu al zo lang, kunt u er nog wel van loskomen?’

€ 29,50
The Becker Collection - Blanc de Chine

This book contains the private collection of Blanc de Chine, monochrome porcelain from Dehua, collected by Ton and Mies Becker, both retired medical specialists and collectors of Asian Art. For many centuries the Chinese and Western elite adored the monochrome white porcelain wares made in Dehua, a district in the province of Fujian, bordering the south-easterly coast of China. The appeal being based on the combination of beautiful crafting and an aesthetic creamy glaze. It is this appeal which the authors experienced as an irresistible charm and the urge to start collecting this particular porcelain. A number of short essays has been included, not intended as an all-embracing academic account, but rather as introductory notes for those who develop an interest in collecting Blanc de Chine porcelain. These include considerations about the “whiteness” of Blanc de Chine, the manufacture and main design categories of Blanc de Chine and the export to Europe. The catalogue of the collection is organised according to the main design categories and consists of photographs of each object, highlighting details if desired, a brief description of each item and explanatory notes to provide information about particular items that may need additional clarification, as well as the date of acquisition and provenance.

€ 19,50
Gies Backes - I Know This PLace

Het zijn vaak enigszins verloren plekken en al te gewone, banale dingen, die de aandacht trekken van Gies Backes (Venlo, 1977). Een ouwe caravan, een deels overwoekerde motorboot, een rijtje afvalcontainers, een gehavend stuk vloer, een perk agaven. Door de bijzondere penseelvoering herkenbaar, maar niet fotografisch scherp geschilderd in zich enigszins terugtrekkende kleuren. Mensen lijken er net voor de komst van de schilder te zijn vertrokken. Onwillekeurig stelt de kijker er zich geen galakleding bij voor. Bij een tentoonstelling werd zijn werk ooit aangekondigd als ‘romantiek van stilstand en verval’. Zo brengt Backes nieuwe verhalen in de wereld over het gewone, het alledaagse, met voldoende vrije ruimte voor de kijker. Voor deze eerste uitgave over zijn werk praat hij met auteur Kees Verbeek over zijn werk en wat hem beweegt: ‘Het zijn ontzettend fijne plekken om een tijdje rond te hangen.’ Fietsend door geboortestad Venlo op zoek naar die plekken, stuiten ze op belangwekkende associaties. Kunstrecensent Mischa Andriessen plaatst in zijn bijdrage aan dit boek Backes’ werk in een bredere context.

€ 24,50
Nicolas Dings - Zimmer frei

Nicolas Dings beschikt over een bijzonder vermogen om, uiterst selectief, elementen op een evenwichtige wijze met elkaar te verbinden. Vaak zijn dat kunsthistorische, of naar de historie verwijzende herkenbare voorbeelden. Soms verweven met religieuze of etnografische symbolen uit Europa of andere culturen. Hij heeft de religieuze symboliek meegekregen vanuit zijn opvoeding in het industriële deel van Limburg, maar niet aan zijn kinderen doorgegeven. Zij zijn opgegroeid in een wereld met andere eigentijdse symbolen, die, in tegenstelling tot een eeuwenoude beeldtaal, in de huidige tijd permanent aan verandering onderhevig zijn. Dings is een eigentijdse verhalenverteller die ons attendeert op de schoonheid uit het verleden. Visualisaties van klassieke, tribale of hoge culturen, zoals die van de Grieken of Romeinen, Europese volkskunst, illuminaties gemaakt door monniken met dierlijke of menselijke fabelwezens transformeert hij naar een autonome beeldtaal. Een grenzeloze variëteit in samenstellingen en stapelingen van bijna onverenigbare elementen weet hij aan te brengen in een letterlijk en figuurlijk wankel evenwicht. Dings zoekt in zijn werk naar een balans tussen heden en verleden, tussen schoonheid en lelijkheid, tussen vorm en inhoud. (Uit: 'Een wankel evenwicht' door Drs. Stan Petrusa)

€ 17,50
Wim Biewenga-Langs berg en dal klinkt hoorngeschal

Een hamer, een zaag, een rasp en een schaar. Het is niet meteen het gereedschap dat je verwacht in een schildersatelier. Op de werktafel van Wim Biewenga liggen wel meer opvallende dingen: stukjes gekleurd papier, houten speelblokken en een bouwseltje van Meccano. Het vertelt veel over hoe de kunstenaar werkt: het is schuiven, schuren en schaven, gekleurde vlakjes bij elkaar leggen, een plankje aan een paneel vastmaken, of een latje er toch weer afhalen. Het is een zoektocht, waarin Biewenga zijn schilderijen componeert.

€ 34,50
Voorgoed voorbij bestaat niet

In 1994 maakte de jonge schilder Paul van Dongen kennis met de toen 90-jarige tekenaar en portretschilder Sierk Schröder. Na een bezoek aan zijn huis in Wassenaar schreef hij: ’Vrijheid zonder fundament leidt tot oppervlakkigheid. Het fundament dat uw werk heeft zit in een voortdurend studeren, hernemen, tekenen, opnieuw tekenen en weer observeren. Ik heb vele leermeesters gehad maar als er een kunstenaar is van wie ik graag leerling zou zijn geweest dan zou u dat zijn.’ In de jaren die volgden groeide een intensief contact dat zich vooral in brieven zou uiten. In de vroegste brieven was Van Dongen op zoek naar praktische kennis op het gebied van tekenen en schilderen naar levend model en naar steun voor zijn manier van werken die tegen de tijdgeest in leek te gaan. Spoedig ging dit spel van vragen en doceren over in het uitwisselen van ervaringen als portretschilders, attendeerden zij elkaar op voorbeelden in de kunstgeschiedenis en bespraken zij hun verwondering over de kunst van dat moment. Dit boek bevat de volledige briefwisseling tussen twee geestverwanten, rijk geïllustreerd met beeldmateriaal dat zij elkaar toezonden zoals tekeningen, knipsels en uitnodigingen. Rob Smolders heeft de briefwisseling bezorgd in het besef van de actuele waarde ervan. Het belang van het tekenen en observeren naar de werkelijkheid wordt nu weer benadrukt door musea en pedagogen. Tegelijkertijd is er discussie over de eenzijdigheid van wat we onder hedendaagse kunst verstaan en het verzamelen van de musea. In vier essays gaat Smolders in op de relatie tussen de kunstenaars Schröder en Van Dongen, het collectiebeleid van de musea, de vraag wat moderne kunst inhoudt, en het tekenen als de basis van het kunstenaarschap. Daardoor is dit boek een gids voor iedereen die tekent, en voor wie met belangstelling naar moderne kunst kijkt en zich afvraagt of de vaardigheid van vroegere generaties de tijd zal overleven. Zij kunnen zich gesteund voelen door de bemoediging van Sierk Schröder: ‘Bach’s muziek was indertijd voorgoed voorbij en zo verging het veel andere kunstuitingen. Maar ‘kwaliteit’ of het nu figuratief, abstract of wat ook is, gaat nooit ‘voorgoed’ voorbij. Daarvan ben ik vast overtuigd.’ Rob Smolders

€ 22,50
Moon!

Is Maan een meisje, een hemellichaam, een dwaallicht, een geestverruimend middel? Of alles tegelijk? We zullen het nooit zeker weten want Maan! is een verhaal in beelden waarin geen vragen worden gesteld of beantwoord. Barend van Hoek tekent de lotgevallen van een meisje dat een zoektocht onderneemt naar, ja wat eigenlijk? Het geluk? We zien haar in duistere, meestal nachtelijke situaties, peinzend onder de volle maan, zittend op griezelige hoogten, lopend, rijdend in een auto, dwalend door kelders en krochten om soms beschutting en iets te eten te vinden in een eenzame caravan in een bos. Tenslotte wordt ook de eenzaamheid doorbroken wanneer ze een gelijkgestemde persoon treft. Tijd voor deel twee dat zich ook bij daglicht afspeelt, dat veel helderder van kleur is en waar de hoofdpersoon belandt bij een bebaarde druïde of kluizenaar die zich met zijn onafscheidelijke gitaar ophoudt aan de onherbergzame rafelranden van de samenleving. Een wijze of een dwaas, outcast of profeet? Zij (het meisje) en hij (de kluizenaar) kunnen model staan voor mens en god, jeugd en ouderdom, the Beauty and the Beast, zoeken en vinden, het eenzame pad en de symbiose. Het is dan ook geen toeval dat het werk van grote illustratoren en tekenaars uit het verleden erin doorklinkt, van William Blake tot Frans Masereel, Philip Guston en Robert Crumb. De kleine schilderingen van Van Hoek schitteren in de details zoals de lichteffecten van maan, straatverlichting en de koplampen van auto’s, waaraan hij nog lichtgevende ogen, gitaren, graafmachines en tal van andere, leuke en raak getekende details toevoegt. Een beeldverhaal dat nooit verveelt en geen twee keer hetzelfde verloopt.

€ 29,95
Klaas Gubbels-Tafels, Tables, Tische, Tavoli

De naam Klaas Gubbels is synoniem aan de Koffiepot, maar ooit was dit anders. Voor 1990 was dit de Tafel. Thom Mercuur kwam in 1992 in de catalogus ‘Koffiepot – Klaas Gubbels’ tot de conclusie dat de Koffiepot de ‘centrale plaats’ heeft overgenomen. Maar de tafel is nooit ver weg. Als een geduldig toneelattribuut blijft ze soms tussen de coulissen en dan weer claimde ze even die centrale plaats op het toneel, zoals in de tentoonstelling met gelijknamige catalogus ‘Les Tables Sauvage’, de wilde tafels, bij Livingstone gallery in 2007. Naar aanleiding van de vijfentachtigste verjaardag van Klaas Gubbels kijken we terug op de rol van de Tafel in zijn oeuvre en maken we een kunsthistorische tour langs prominenten uit de Nederlandsche kunstgeschiedenis op zoek naar het ‘waarom’ van de tafel. De wereldberoemde Nederlandse meubelontwerper Kho Liang Ie vraagt al in 1969, in het zeer gerenommeerde Italiaanse architectuurblad DOMUS in het artikel ‘Klaas Gubbels, Tavoli, Tavoli, Tavoli, Tavoli, Tavoli,’: ‘Waarom Tafels?’ Zijn conclusie: ‘De tafel is het middelpunt in het leven van Klaas. Als we ons realiseren hoe vaak we ons rond de tafel scharen, om te eten, te drinken, te lezen of wat dan ook, dan begrijpen wij waarom.” Als Klaas in 1989 met Mark Brusse bij hun dubbeltentoonstelling in Museum Arnhem een gezamenlijk buitenbeeld voor de tuin maakt (een grote tafel met een balk eronder), vraagt Mark zich af: ‘Ik heb wel eens gedacht: waarom nou tafels? Waarom geen ander meubilair? Een stoel ontvangt. Een kast bergt op. Maar een tafel gééft. Een kan trouwens ook.’ In het voorwoord van dit boek concludeert oud-directeur Stedelijk Museum Amsterdam Rudi Fuchs, dat de tafels van Klaas ons anders hebben leren kijken: ‘De schilder schildert, wij kijken, en samen vinden we in schilderijen wat we te zien krijgen. Verrassingen zijn dat’. Ook de legendarische museumdirecteur Pierre Janssen gaat in 2004 in op het tafel-motief?’. ‘Dertig jaar geleden zei hij tegen me in een interview: ‘ik heb snel mijn sterkste vorm gevonden. En ik zie dus de tafel niet meer als een tafel. Voor mij zijn het gewoon levende wezens.’ In 2012 houdt Cherry Duyns een voordracht bij de opening van de tentoonstelling ‘Klaas Gubbels terug in Rotterdam’ in het Chabot Museum. Hij memoreert aan een gesprek met Klaas over het bombardement op Rotterdam in 1940. ‘Het leek wel of de hele stad in brand stond. Rood, vlammen. Maar ik was niet bang. In een van de huizen waar we langsliepen kon je naar binnen kijken, die hele voorkant was weggeslagen. Je keek zo in een kamer. Een kamer met en tafel en op die tafel zat een man die in brand stond. Die man op die tafel brandde. Ik dacht, een kleermaker ofzo, want een kleermaker zat vroeger altijd op tafel.’ ’Zou dat de aangrijpende oorsprong zijn van de tafel in het werk van Klaas Gubbels?’ vraagt Duyns zich af. Die eindeloze reeks, met titels als Op tafel, Getekende tafelzitter, Hele tafelzitster, Tafel in de mist, Koningstafel, Vijfpoottafelzitter, Grote tafel, Eerste tafel. Klaas zegt: ‘Wie weet .. jij zegt het. Het is wel een beeld dat altijd in me is geweest.” Jeroen Dijkstra Livingstone gallery

€ 19,95
Ingrid Simons - Dämmerung

Fictieve landschappen schildert Ingrid Simons (Eindhoven, 1976). Volgens kunsthistoricus Rick Vercauteren zijn deze landschappen nu eens ruig en materieel, dan weer ingetogen en spiritueel, maar fungeren ze steeds als ‘vehikel voor sterk sferische associaties met fenomenen als aarde, licht, kosmos, lucht en soms ook water’. Hoewel landschapselementen als bosschages en stromen, paden en luchten vaak wel min of meer herkenbaar zijn, is het werk sterk abstract. In vormentaal en in kleurgebruik. Het overvloedige materiaalgebruik - dik en pasteus, dan wel subtiel en waterig - draagt bij aan het soms vervreemdende karakter. Zelf spreekt Simons liever over ‘op zichzelf staande expressieve ruimten, die alleen bestaan door de fysieke daad van het schilderen’ dan over landschappen. Zij wil het landschap ontmantelen en een nieuwe, ruwe en fysieke realiteit creëren van haar persoonlijke ervaring. Schilderen is voor haar ‘een zoektocht om een middenweg te vinden tussen het beeldhouwen met de verf en het oplossen van verflagen, tussen het opbouwen en afbreken van opkomende structuren en patronen uit die ontbinding.’ Volgens de Haagse kunst- en cultuurblogger Bertus Pieters refereert het werk in verfbehandeling en onderwerpkeuze aan het neo-expressionisme van eind vorige eeuw. Simons zelf ziet het als haar persoonlijke bijdrage aan de historische traditie van het landschapsschilderen. Kees Verbeek